Procedureverloop

Hierna wordt in erg grote lijnen het verloop weergegeven van een burgerlijk proces.

A. Dagvaarding

De procedure voor de rechtbank begint meestal met een dagvaarding. In de door de wet opgesomde gevallen kan dit door middel van een verzoekschrift. U kunt ook gebruik maken van de vrijwillige verschijning.

De dagvaarding is een akte van een gerechtsdeurwaarder, waarin de verweerder wordt opgeroepen om op een bepaalde datum en op een bepaalde plaats voor een rechtbank te verschijnen. In het exploot wordt o.a melding gemaakt van de identiteit van de eiser en het voorwerp van de eis. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder aan de verweerder betekend. Dit houdt in dat de gerechtsdeurwaarder de dagvaarding persoonlijk aan de verweerder of aan de persoon die in diens woonplaats wordt aangetroffen overhandigt. Vanaf de dagvaarding kunnen we spreken over een eiser en een verweerder.

Tussen de dagvaarding en de datum waarop de verweerder moet verschijnen op de inleidingszitting voor de rechtbank moeten minimum 8 dagen wachttermijn gerespecteerd worden. Wanneer het een kortgeding procedure betreft volstaan 2 dagen wachttermijn. Na de dagvaarding wordt de zaak ingeschreven op de algemene rol. De algemene rol is een lijst van alle zaken die voor een rechtbank aanhangig worden gemaakt en wordt bijgehouden op de griffie van de rechtbank. Per kamer is er een bijzondere rol. Voor elke rechtsdag wordt per kamer nog een zittingsrol opgemaakt.

B. Inleidende zitting

De partijen dienen te verschijnen op de inleidende zitting. In bepaalde gevallen kan onmiddellijk een tussenvonnis geveld worden. In eenvoudige zaken kan de zaak onmiddellijk ten gronde worden behandeld. Meestal wordt echter onbepaald uitstel verleend ten einde de partijen toe te laten te concluderen en zodoende de pleitzitting voor te bereiden.

Wanneer duidelijk is dat de zaak niet op de inleidingszitting kan worden behandeld, dan kan de advocaat gebruik maken van Art.729 Ger.W. De verschijning op de inleidingszitting wordt dan vervangen door een schriftelijke verschijning. De advocaat maakt hierbij melding aan het gerecht dat hij/zij optreedt voor zijn cliënt.

C. Besluiten of conclusies

Wanneer de zaak niet op de inleidende zitting werd behandeld, dan kunnen de partijen hun argumenten schriftelijk uiteenzetten in conclusies. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt in detail hoe partijen hun besluiten kunnen uiteenzetten en wat er zoal mogelijk is wanneer een van de partijen weigert om conclusies neer te leggen. De conclusietermijnen zoals vermeld in het Ger.Wb zijn niet dwingend voor de partijen. Partijen kunnen afwijken van de wettelijke termijnen.

Een partij kan er ook baat bij hebben om te wachten met het opstellen van conclusies. De andere partij kan echter de onwillige procespartij dwingen om conclusies op te stellen. Het Ger.Wb voorziet hiervoor een aantal artikels. Belangrijk hier zijn art.747§2 Ger.W en art. 751 §2 Ger.W. Eenvoudig gesteld komt het er in essentie op neer dat u of uw advocaat aan de rechter gaat vragen om termijnen vast te stellen waarbinnen moet geconcludeerd worden.

Nadat er conclusies werden genomen wordt door de partijen gezamenlijk een rechtsdag aangevraagd. Dit is de dag waarop de zaak kan gepleit worden. De rechtsdag wordt in onderlinge overeenstemming bepaald. Weigert één van de partijen om een rechtsdag aan te vragen, dan kan men ook hier gebruik maken van bepalingen uit het Gerechtelijk wetboek om de ander partij hiertoe te dwingen.

D. Pleidooien

Op de rechtsdag die door de partijen werd aangevraagd of door de rechter werd bepaald kunnen de partijen die dit wensen hun zaak mondeling uiteenzetten.

E. Vonnis

Na de pleidooien en de sluiting van de debatten wordt de zaak in beraad genomen. De rechter heeft dan 1 maand tijd om uitspraak te doen. Elk vonnis dient eerst na te gaan of de vordering wel ontvankelijk is en daarna of de vordering al dan niet gegrond is. Bij een onderzoek naar de ontvankelijkheid wordt nagegaan of de persoon wel bevoegd was om een vordering in te stellen en of alle processuele regelen gerespecteerd werden. De gegrondheid houdt in dat er wordt onderzocht in welke mate een partij zijn gelijk haalt of niet.

Uw advocaat informeert u graag verder omtrent het instellen van hoger beroep of het aantekenen van verzet.